In 2026 bevindt de Nederlandse woningmarkt zich in een fascinerende transitiefase. Na de enorme prijsstijgingen van 2024 en 2025 is de hectiek wat afgenomen, maar van echte ontspanning is geen sprake.
De markt beweegt richting meer stabiliteit, terwijl de structurele krapte voorlopig de grootste uitdaging blijft. Voor iedereen die dit jaar wil verhuizen, is het belangrijk deze ontwikkelingen goed te begrijpen.
Trend 1: van oververhit naar beheerste groei
Na de piekjaren is de woningmarkt in 2026 in rustiger vaarwater terechtgekomen. Huizenprijzen stijgen nog steeds, maar het tempo ligt duidelijk lager: gemiddeld tussen de drie en vijf procent. Dat is een groot verschil met de dubbele cijfers die we eerder zagen.
De oorzaken zijn helder. De sterke loonstijgingen van de afgelopen jaren vlakken af, waardoor kopers simpelweg minder ruimte hebben om extreem te overbieden. Tegelijkertijd is de hypotheekrente gestabiliseerd rond de 3,5 à vier procent. Dat zorgt voor meer voorspelbaarheid, maar ook voor een natuurlijk plafond aan wat huishoudens kunnen lenen.
Voor consumenten betekent dit een kleine, maar merkbare verandering. Het beruchte ‘blinde’ overbieden komt minder vaak voor. Kopers krijgen soms weer tijd voor een tweede bezichtiging of een bouwkundige keuring.
Dat gezegd hebbende: in populaire steden en wijken, blijft de concurrentie stevig. Juist daar kan een goede strategie bij verkoop doorslaggevend zijn. Schakel hiervoor een lokale verkoopmakelaar in. Een verkoopmakelaar in Eindhoven bijvoorbeeld weet precies hoe het staat met vraag en aanbod op straatniveau.
Trend 2: de uitpond-golf droogt op
In 2025 zagen we een duidelijke piek in het aantal woningverkopen doordat veel beleggers hun huurwoningen verkochten. Deze zogenoemde uitpondgolf was het gevolg van strengere regelgeving en hogere belastingen voor verhuur.
In 2026 verandert dit beeld. De meeste beleggers die wilden verkopen, hebben dat inmiddels gedaan. Daarnaast is de overdrachtsbelasting voor beleggers per 1 januari 2026 iets verlaagd naar acht procent, waardoor de uitstroom grotendeels stopt.
Het gevolg voor de markt is merkbaar: er komen minder voormalige huurwoningen, zoals betaalbare appartementen en kleinere woningen, op de koopmarkt. Omdat de nieuwbouwproductie nog steeds achterblijft bij de doelstellingen, neemt het totale aantal woningtransacties in 2026 zelfs licht af. Vooral starters voelen hierdoor opnieuw meer druk.
Trend 3: veranderde kijk op duurzaamheid
In 2026 is de blik op duurzaamheid fundamenteel veranderd. Nu de salderingsregeling per 2027 stopt, zijn zonnepanelen niet langer de heilige graal. Kopers kijken kritischer naar de basis: een hoogwaardig geïsoleerde schil.
Goede muur-, dak- en vloerisolatie en HR+++ glas zijn de belangrijkste factoren voor de woningwaarde geworden, omdat deze de energielasten blijvend verlagen.
Ook de warmtepomp wordt rationeler bekeken; kopers investeren liever in een huis dat technisch 'klaar' is voor de toekomst dan in heel veel zonnepanelen en complexe installaties in een slecht geïsoleerde woning. Investeren in onderhoud en de thermische schil levert in 2026 dan ook het hoogste rendement op bij verkoop.
Realistische verwachtingen belangrijk
De woningmarkt van 2026 is minder overspannen, maar zeker niet ontspannen. Wie wil verhuizen doet er goed aan om met realistische verwachtingen, een goede voorbereiding en kennis van deze trends de volgende stap te zetten. Dat maakt het verschil tussen achter de feiten aanlopen en met vertrouwen verhuizen.






